CONDOR

ISBN 9789044826692

            'Meen je dat nu?’ schreeuwde Simon de angst en verbijstering uit zijn lijf. ‘Je hebt een auto gestolen!’

           ‘Vertrouw me,’ antwoordde Ben opgejaagd.

            Meer had Lisa niet nodig om zich te laten overtuigen en ze sprong naast de chauffeur op de brede zitbank. Simon volgde met zichtbare tegenzin en nadat hij de portier had dichtgeslagen, scheurde de zware terreinwagen in de richting van het riviertje dat de stad doormidden sneed. 

            ‘Waar heb jij leren autorijden?’ kon Lisa nog steeds amper geloven wat er zonet was gebeurd.

            ‘Een van de weinige voordelen van een Miller zijn,’ grijnsde Ben doortrapt.

            ‘Leuk voor jou,’ had Simon er nog steeds maar weinig vertrouwen in.

            ‘Wat nu?’ wilde Lisa weten. ‘Heb je een plan?’

            ‘Eerst Wolf en zijn maatje afschudden,’ knikte Ben in de richting van zijn achteruitkijkspiegel. ‘Ze zitten ons alweer op de hielen.’

            Ben had niet gelogen, want de twee bewakingsagenten waren in de tweede Condor gesprongen en hadden als bezetenen de achtervolging ingezet. Verwoed volgden ze de eerste Condor, die inmiddels zonder noemenswaardige problemen tot bij de kaaien langs het riviertje was gekomen. Ben besloot die voor een kort stuk stroomopwaarts te volgen en daarna via de eerste brug de rivier over te steken. Wolf en Beck plakten echter bijna aan hun bumper.

            ‘Ben, dit is waanzin!’ zag ook Simon het gevaar. ‘Straks rijden we nog iemand omver!’

            Als antwoord gaf Ben een ruk aan het stuur en hij joeg de auto met een scherpe bocht naar rechts een brug over. Beck en Wolf volgden. Schijnbaar onbewogen probeerde Ben hen van zich af te schudden, door tussen toevallige autobestuurders te zwalpen. Dit dreigde echter rampzalig af te lopen toen uit de tegenovergestelde richting opeens een aftandse witte bestelwagen op hen afkwam. Een botsing leek onvermijdelijk. Lisa gilde het uit, maar Ben bleef kalm en gaf opnieuw een forse draai aan zijn stuur. In een spoor van verbrand rubber week de Condor helemaal naar de overzijde en daar scheurde hij het voetpad op. Hij reed nu rakelings langs de kaaimuur. Zijn wielen maaiden enkele vuilnisbakken weg, die door de lucht tolden en met een luide plons in het water knalden.

            ‘Wat doe je nu?’ schreeuwde Simon verbijsterd.

           

EENS PROEVEN?


Hier kan je helemaal gratis een fragment lezen van mijn boeken. Alvast veel leesplezier!

HET BOZE OOG

ISBN 9789044822540

Ik heb iets geraakt!’ liet Vigo zich gefascineerd op zijn knieën vallen en hij begon als een bezetene het zand om de stenen formatie weg te vegen.

            ‘Wat heb je gevonden?’ vroeg Liam, die als eerste kwam aangelopen.

            ‘Ik weet het niet goed,’ zei Vigo. ‘Het lijkt me de wand en het plafond van een of andere constructie.’

            Liam scheen licht bij met zijn zaklamp en bestudeerde de typische eilandkeien die met mortel aan elkaar waren gelijmd. ‘Het is door mensen gemaakt, dat is wel duidelijk.’

            ‘Is dit de plek, denk je?’

            ‘Er is maar één manier om dat te weten te komen,’ zei Liam, terwijl hij een van zijn mannetjes wenkte. Even later ging een enorme voorhamer de eeuwenoude constructie te lijf. De klappen galmden over de flank van de berg tot de eeuwenoude stenen en mortel hun verzet opgaven en er een gapend gat verscheen. Liam duwde de man met de voorhamer ruw opzij en probeerde met zijn zaklamp in het gat te schijnen, maar hij kon niets zien.

            ‘Hier,’ zei hij tegen Vigo, ‘probeer jij het eens.’

            Vigo wrikte nog enkele stenen van hun plaats om het gat te vergroten en ging toen plat op zijn buik liggen om zich door het veel te enge opening naar binnen te wrikken. Toen hij voldoende naar binnen stak, knipte hij de zaklamp aan en gaapte hij met open mond naar de ruimte beneden hem.

            ‘Kun je iets zien?’ vroeg Liam nieuwsgierig.

            ‘Ja,’ antwoordde Vigo.

            ‘Wat dan?’

            ‘De Zwarte Adem!’

DE LIMA-EXPRESS

ISBN 9789044820614

Hier is het,’ mompelde Vigo, die naar het groezelige steegje aan de overkant van de straat staarde.

    ‘Ben je er zeker van?’ Karen was haar zenuwen amper te baas.

    ‘Heel zeker.’

    ‘Zouden we dit wel doen?’ voelde Linus zich allesbehalve op zijn gemak in de ongure buurt.

    ‘We hebben geen keus,’ zei Vigo beslist.

    ‘Dit kan een val zijn.’

    ‘Heb jij een beter idee?’

    ‘Toe, Linus,’ greep Karen naar zijn hand, ‘je weet hoe belangrijk dit is voor mij. Ik kan mijn vader terugzien. Begrijp je dat?’

    ‘Natuurlijk wel, maar daarom hoeven we toch geen waanzinnige risico’s te nemen?’

    Met een ruk liet Karen los. ‘Hij is het voor jou misschien niet waard, maar ik ben bereid die risico’s te nemen.’

    ‘Zo bedoelde ik het niet.’

    ‘Hoe bedoelde je het dan?’

    ‘Niemand weet dat we hier zijn. Wat als het fout loopt?’

    ‘Het loopt niet fout. Vertrouw me nu maar.’

    ‘Ik weet het niet, hoor.’

    ‘Dan blijf je maar hier,’ had Karen er genoeg van. ‘Doe jij nog mee, Vigo?’

    ‘Op mij kun je rekenen,’ sneerde Vigo naar Linus.

    ‘Mooi zo, dan gaan we ervoor.’ En prompt daarna staken Karen en Vigo de straat over om het steegje in te lopen. Binnensmonds vloekend, trippelde Linus achter hen aan tot ze voor de deur van een obscuur cafeetje stopten. Aan de gevel flikkerde het silhouet van een stripteuse in roze neonlicht. Karen haalde diep adem en stapte naar binnen. De bar was uitgestorven, op twee mannen na, die aan een tafeltje op hen leken te wachten.

    ‘You Karen Wolfers? Jij Karen Wolfers?’ vroeg de langste van de twee mannen in gebroken Engels.

    ‘Yes.’

    ‘You want see mister Wolfers? Jij wil zien meneer Wolfers?’

    ‘Yes.

    ‘Then put this on. Zet dit dan op,’ beval hij, en hij schoof enkele blinddoeken over de tafel naar hen toe. ‘It’s the only way. Het is de enige manier.’

 

 

 

HET MALTACOMPLOT

ISBN 9789044816624

 

Vigo sloot zijn ogen en liet het heerlijk warme water over zijn hoofd stromen. Beelden van thuis, van Karen en Linus flitsten door zijn hoofd. Ze toverden een glimlach om zijn lippen en voor heel eventjes leek zijn verblijf in de gevangenis een boze droom die zou verdampen als hij maar gewoon zijn ogen weer opendeed. Maar het was geen boze droom. De Corradino Correctional Facility was een levensechte nachtmerrie van tralies en metershoge muren.

            Rondom hem zag hij de afgeleefde gele tegels van de doucheruimte. Vigo voelde zijn keel dichtschroeien. Hij kon wel janken, maar hij wilde niet, niet hier … Daarom draaide hij zich naar de muur en begon hij zich als een bezetene in te zepen, tot hij ruw tegen de muur werd gesmakt. Een arm als een voorhamer wrong zich om zijn nek en nam hem in een houdgreep.

            ‘Dag, Morris,’ hijgde de griezelig schorre stem van Spiros in zijn oor. ‘Heeft niemand je gezegd dat het levensgevaarlijk kan zijn om in je eentje te gaan douchen in een gevangenis?’

            ‘Laat me los,’ probeerde Vigo zich tevergeefs uit de houdgreep te bevrijden.

            ‘Cipiers komen hier niet. Ze vinden het te vochtig, te heet. Maar ik houd daar wel van. Wat jij, Morris?’

            ‘Dat zijn je zaken niet.’

            ‘Morris toch,’ klakte Spiros met z’n tong, ‘altijd even opstandig, altijd even moeilijk. Geen wonder dat je een aantal belangrijke mensen kwaad hebt gemaakt. Mensen die veel geld verloren hebben omdat jij je bemoeide met dingen die je zaken niet waren.’

            ‘Ik weet niet waar je het over hebt,’ probeerde Vigo hem wanhopig aan de praat te houden.

            ‘Kom, kom, Morris, geen grapjes. Je weet best waarover het gaat.’

            ‘Het museum? Het zwaard?’ gokte Vigo

            ‘Zie je wel dat je wist waar het over ging?’

            ‘Als ze het zwaard terug willen, kan ik het hun bezorgen!’

            ‘Jammer, Morris, maar daarvoor ben je te laat. Ze hebben het al terug.’

            ‘Wat?’ schrok Vigo. ‘Dat kan niet!’

            ‘Toch wel.’

            ‘Maar als ze het zwaard al hebben, wat willen ze dan nog van mij?’

            ‘Je vel,’ schuurde Spiros zich tegen Vigo aan.

CODE F242

ISBN 9789044815115

‘Fuck, man!’ kon Linus zijn oren amper geloven, toen hij de volgende dag een gedetailleerd verslag kreeg van Vigo’s ontmoeting met professor Van Der Sloot. ‘Dat is toch geweldig! Die oude prof heeft je onschuld bewezen.’

            ‘Ik wou dat het waar was, Linus,’ schudde Vigo zijn hoofd, ‘maar het zijn allemaal slechts gissingen. Ze zijn heel aannemelijk, maar het blijven vermoedens en die kunnen niet op tegen O’Quins vingerafdrukken.’

            ‘Kunnen we dan geen bewijzen zoeken?’ vroeg Karen.

            ‘Ik zou niet weten hoe. Bovendien is er nog meer.’

            ‘Nog meer?’

            ‘Kijk maar,’ haalde Vigo een dik notitieboek tevoorschijn, ‘dit zijn de persoonlijke aantekeningen die professor Van Der Sloot maakte toen hij het dagboek van Xinimedes las. Er zitten zelfs volledige pagina’s met vertalingen tussen, want het dagboek was geschreven in het middeleeuws Grieks.’

            ‘Cool,’ griste Linus het boek weg, ‘en jij hebt dat allemaal zomaar van hem gekregen?’ Nieuwsgierig bladerde hij door de aantekeningen.

            ‘Ja,’ zei Vigo trots, ‘de professor beweerde dat hij zijn notities het liefst had gebundeld tot een boek, maar dat niet durfde.’

            ‘Hoezo, niet durfde?’ keek Karen verbaasd op.

            ‘Hij zei dat hij onder druk werd gezet om zijn bevindingen geheim te houden.’

            ‘Door wie?’

            ‘Dat raad je nooit …’

            ‘Iemand die we kennen?’

Volg mij

© 2018 door Erwin Claes